combi
mannelijk (de)/ˈkɔmbi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel) bundeling van verschillende eenheden of functies in één geheel
- (verkeer) auto met extra ruimte die voor personenvervoer en licht goederentransport gebruikt kan worden
- (informeel) (België) personenbusje als vervoersmiddel van de politie
- (luchtvaart) passagiersvliegtuig met extra ruimte voor vracht
- gebruikt als eerste lid in samenstellingen
Etymologie
*(verkorting) combinatie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek