commune

mannelijk (de)/kɔ'mynə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. woongemeenschap en leefgemeenschap
    in de zestiger jaren werd menige commune opgericht
  2. groep mensen die gezamenlijk de productiemiddelen bezitten en als eenheid bestuurd worden
    de kibboets was een vorm van een commune

Etymologie

*afgeleid van het Franse commune of Latijnse comunis (gemeenschappelijk) ()

Vertalingen

Engelscommune
Franscommune
DuitsKommune
Spaanscomuna