compagniescommandant

mannelijk (de)/ˌkɔmpɑˈɲiskɔmɑnˌdɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) bevelhebber van een compagnie
    Berg, die ongevoelig was voor ironie of onverschilligheid, bleef maar vertellen hoe hij door zijn overstap naar de garde al een rang op zijn kameraden uit het cadettencorps had gewonnen, hoe hij, als de compagniescommandant in tijd van oorlog zou sneuvelen, als oudste in rang heel gemakkelijk commandant zou kunnen worden, hoe geliefd hij in het regiment was, en hoe tevreden zijn vader over hem was.

Vertalingen

Engelscompany commander