competitie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beter willen zijn dan een ander
    De broers voerden iedere dag een competitie op leven en dood met elkaar.
    De sportieve competitie die ze voelt met de dood - die zij aan het winnen is en die haar een gevoel van onkwetsbaarheid, onverslaanbaarheid geeft.
    We herkennen het thema van de agon en Nietzsches waardering van competitie en wedijver.
  2. sport (sport) reeks wedstrijden tussen verschillende clubs
    De winnaar van de competitie mag op europees niveau spelen.
    Al op de eerste dag van de competitie was er een vast groepje ouders ontstaan die altijd bij elkaar stonden.

Etymologie

* van competiteren

Vertalingen

Engelscompetition
Franscompétition, concurrence
DuitsWettbewerb, Konkurrenz
Spaanscompetición
Italiaanscompetizione, concorrenza, gara
Portugeescompetição
Russischсоревнование, состязание, конкуренция
Poolsrywalizacja
Zweedskonkurrens
Deenskonkurrence