component
Wat is de betekenis van component?
component betekent: bestanddeel, onderdeel, een van de onderling verschillende delen van een geheel
Betekenis
- bestanddeel, onderdeel, een van de onderling verschillende delen van een geheel
- hoogwaardige manier om een video signaal op te slaan middels een zwart-wit signaal en twee kleur-verschil signalen. (Y(helderheid) + B-Y + R-Y)
Voorbeelden van "component" in een zin
- Van die module zijn alle elektronica-componenten uit voorraad leverbaar, met uitzondering van het belangrijkste onderdeel: de micro-processor.
Betekenis en uitleg van component
Een component is een onderdeel of element dat samen met andere delen een groter geheel vormt. Denk aan de verschillende stukken van een puzzel die samen een mooi beeld creëren wanneer ze correct zijn samengevoegd.
Het woord 'component' wordt vaak gebruikt in technische en wetenschappelijke contexten, zoals in de elektronica of softwareontwikkeling, waar verschillende onderdelen samenwerken. Je kunt het ook gebruiken in bredere zin, bijvoorbeeld om de verschillende aspecten van een project of systeem te beschrijven. Het benadrukt dat elk deel essentieel is voor de functionaliteit van het geheel.
Voorbeelden
- De nieuwe computer is uitgerust met krachtige componenten die zorgen voor een snelle verwerking.
- In het teamproject zijn communicatie en samenwerking belangrijke componenten voor het succes.
- De chemische reactie vereist verschillende componenten die samen de gewenste stof vormen.
Woordoorsprong
Het woord 'component' stamt af van het Latijnse 'componere', wat 'samenzetten' of 'samenstellen' betekent.
Veelgestelde vragen over component
Wat is de betekenis van component?
component betekent: bestanddeel, onderdeel, een van de onderling verschillende delen van een geheel
Hoeveel betekenissen heeft component?
component heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft component?
component is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van component?
Synoniemen van component zijn: bestanddeel, onderdeel, constituent, factor, ingrediënt.
Hoe gebruik je component in een zin?
Voorbeeld: “Van die module zijn alle elektronica-componenten uit voorraad leverbaar, met uitzondering van het belangrijkste onderdeel: de micro-processor.”
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse componens ()