component
mannelijk (de)/kɔmpo'nɛnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bestanddeel, onderdeel, een van de onderling verschillende delen van een geheelVan die module zijn alle elektronica-componenten uit voorraad leverbaar, met uitzondering van het belangrijkste onderdeel: de micro-processor.
- hoogwaardige manier om een video signaal op te slaan middels een zwart-wit signaal en twee kleur-verschil signalen. (Y(helderheid) + B-Y + R-Y)
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse componens ()
Vertalingen
Engelscomponent
Spaanscomponente
Portugeescomponente
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek