computerapparatuur

vrouwelijk (de)/kɔm'pjutərɑparatyr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informatica (informatica) computer en alle daarmee verbonden apparaten
    Daarachter twee bureaus met computerapparatuur. Aan de muur grote borden met voorbeelden van lettertypes.
    De meeste diefstallen waren langs de A67, gevolgd door de A2 en de A16. De dieven zijn vooral uit op goederen met een hoge verkoopwaarde zoals computerapparatuur, merkkleding en genotmiddelen.

Vertalingen

Engelscomputer equipment