hardware
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɑrtwɛːr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informatica) elektronische en mechanische delen in en om computersystemenDe hardware van de computer was niet in orde.
Etymologie
* van "hardware", in de betekenis van ‘computerapparaten’ voor het eerst aangetroffen in 1969
Vertalingen
Engelshardware
Fransmatériel, hardware
DuitsHardware
Spaanshardware
Italiaanshardware
Zweedsmaskinvara, hårdvara
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek