hard
/ɦɑrt/
Wat is de betekenis van hard?
hard betekent: stevig, een uitwendige kracht onverzettelijk weerstaand
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- stevig, een uitwendige kracht onverzettelijk weerstaand
- psychologisch tegen veel bestand, voor niets terugdeinzend
- streng
- krachtig
- met grote geluidssterkte
bijwoord
- met veel inzet en energie
- met grote snelheid
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van harden
- gebiedende wijs van harden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van harden
Voorbeelden van "hard" in een zin
- Diamant is de hardste stof bekend aan de wetenschap.
- Dat is een harde kerel.
- Een hard oordeel.
- Hij had last van de harde muziek van zijn buren.
- Isaac is dood en de helft van het dorp denkt dat ik het heb gedaan; ik kan hier niet blijven.'Je overleeft het wel,' zei Harold. 'Alstublieft, señor, ik heb hard gewerkt. Ik ben onschuldig.'
Etymologie
In de betekenis van ‘moeilijk samen te drukken, te verbrijzelen, te buigen; luid, meedogenloos’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Vertalingen
Duitshart
nohard
nnhard
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek