condens

mannelijk (de)/kɔn'dɛns/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) water, uit damp gevormd ten gevolge van afkoeling en/of drukverlaging
    Als er condens in een raam met dubbelglas zit, betekent dat het raam lek is en vervangen moet worden.

Etymologie

* , uit het latijn verdichting

Vertalingen

Engelsmoisture