confrater

mannelijk (de)/ˈkɔɱfratər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand met hetzelfde beroep die niet voor hetzelfde bedrijf werkt (vooral gebruikt bij pastoors en advocaten)

Etymologie

* van middeleeuws Latijn "confrater" "medebroeder", in de betekenis van 'vakgenoot' voor het eerst aangetroffen in 1650