confronteren

/ˌkɔɱfrɔnˈterə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) ~met: iemand laten zien wat diegene heeft gedaan (en wat diegene liever niet zou willen weten)
    Ik confronteerde hem met zijn fouten die hij heeft begaan.
    De waarheid kon hard, helder en bijzonder confronterend zijn.

Etymologie

*afgeleid van het Franse confronter ( en ) [https://fr.wiktionary.org/wiki/confronter Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsconfront
Fransconfronter
Duitskonfrontieren
Spaansconfrontar, carear