consent
onzijdig (het)/kɔnˈsɛnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- goedkeuring van een voorstel, besluit of handeling van anderenSteeds meer jongeren zijn zich bewust van "consent", een begrip dat wederzijdse instemming bij seks omvat. Niet alleen de term wordt populairder, maar ook de interpretatie ervan. Consent zien als een formeel contract dat tussen individuen moet worden afgesloten en dus vrijheid beperkt, getuigt van weinig voorstellingsvermogen en moderniteit.Liesvelt had het vereiste consent voor de editie niet aangevraagd. De gevolgen bleven niet uit. Op 15 juni 1545 werd Jacob van Liesvelt weer aangeklaagd wegens het drukken van boeken zonder daarvoor de nodige toestemming te hebben aangevraagd.
- (geschiedenis) eenmalige belastingheffing die door een vertegenwoordigend orgaan op verzoek van de soeverein is goedgekeurdOp het consent kwam in mindering wat de provincie declareerde voor de generaliteit reeds uitgegeven te hebben, zoals de betaling van op haar gerepartieerde troepen.
Etymologie
*van Middelnederlands "consent"(e), in de betekenis "instemming" aangetroffen vanaf 1254 of 1266Komt voor in historische documenten zoals het Groot Privilege (1477), de Pacificatie van Gent (1576), de Unie van Utrecht (1579), het Plakkaat van Verlatinghe (1581), de Deductie van Vrancken (1588) en de [https://www.bijbelsdigitaal.nl/view/?mode=2&bible=sv1637&part=24 Statenvertaling] (1637).Gebruik in de 21e eeuw als "instemming met seksuele handelingen" lijkt sterk beïnvloed door "consent".
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek