console
mannelijk/vrouwelijk (de)/kɔnˈsɔːlə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informatica) deel van een computer dat de gebruiker in staat stelt om met de computer te communiceren, zoals het toetsenbord en het beeldscherm
- (bouwkunde) veelal bewerkte draag- of kraagsteen
- vooruitspringend deel ter ondersteuning
- (meubel) penanttafel
Etymologie
*[2]-[3]: van "console", in de betekenis van ‘draagsteen’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Vertalingen
Spaansconsola, ménsula
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek