constante
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een grootheid waarvan men aanneemt dat zij niet varieertSport, met andere woorden, is evengoed als kunst, literatuur, sociale en religieuze instituties, een constante in de geschiedenis van de mens.
Etymologie
*Al dan niet via Frans constant ontleend aan Latijn cōnstāns, teg.deelw. van cōnstāre (vaststaan, gelijkblijven)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek