constante

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een grootheid waarvan men aanneemt dat zij niet varieert
    Sport, met andere woorden, is evengoed als kunst, literatuur, sociale en religieuze instituties, een constante in de geschiedenis van de mens.

Etymologie

*Al dan niet via Frans constant ontleend aan Latijn cōnstāns, teg.deelw. van cōnstāre (vaststaan, gelijkblijven)