constateren

/kɔnsta'terə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) vaststellen
    Ik moet constateren dat jullie nog niet echt voortgang geboekt hebben...
    De Franse levensstijl blijft een uiterst aantrekkelijk concept waaraan goed wordt verdiend, zoals Michel Houellebecq constateerde in zijn laatste roman De kaart en het gebied: luxe, elegantie, goed eten en drinken.
    In zijn bril zag ik mezelf weerspiegeld en ik constateerde dat ik er net zo verwilderd uitzag als hij.

Etymologie

*afgeleid van het Franse constater ( en )

Vertalingen

Engelsascertain, establish
Fransconstater
Duitsfeststellen, konstatieren
Spaansconstatar
Italiaansconstatare