container

mannelijk (de)/kɔn'tenər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (grote) (gestandaardiseerde) metalen kist voor het transport van losse goederen
    Je kunt het gebruikte glas in de glascontainer gooien.
    Tegenwoordig worden veel goederen met gestandaardiseerde scheepscontainers vervoerd.
  2. grote metalen bak waarin afval gestort kan worden
    De gemeente stelde 9 miljoen euro beschikbaar, opende een jongerenloket en regelde gezinscoaches. Maar de wijk krabbelt slechts langzaam op en het aantal klachten over de buitenruimte blijft groot. "Ziet nou niemand van de gemeente dat het een rotzooi is?", vraagt een bewoonster zich af bij de regionale omroep Rijnmond. Volgens haar is het elke dag weer raak met huisraad en vuilniszakken naast de containers.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘laadbak’ voor het eerst aangetroffen in 1948

Vertalingen

Engelscontainer
Fransconteneur
DuitsContainer
Spaanscontenedor
Italiaanscontenitore, container
Chinees集装箱
Japansコンテナ
Poolskontener
Zweedscontainer
Deenscontainer