contract

onzijdig (het)/kɔnˈtrɑkt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) een schriftelijk vastgelegde overeenkomst
    Na een lange onderhandeling is het contract eindelijk ondertekend.
    Veel van zijn werk handelt hij via de computer af. Contracten, afspraken. . .
    Het ene na het andere contract sleepte ze binnen.
  2. verbintenis tussen staat en burgers
    Burgers kunnen het contract wijzigen bij veranderde omstandigheden en zelfs eenzijdig opzeggen wanneer de overheid over de schreef gaat.
  3. (Belgisch, juridisch) overeenkomst
  4. spel (spel) (bridge) Bij het bieden: het laatste bod

Etymologie

* Leenwoord uit Oudfrans contract ‘overeenkomst’, overgenomen uit middeleeuws juridisch Latijn contractus, verleden deelwoord van contrahere ‘samentrekken, tot stand brengen, (een zaak) afsluiten’.

Vertalingen

Engelscontract
Franscontrat
DuitsVertrag, Kontrakt
Spaanscontrato, destajo
Italiaanscontratto