credit

onzijdig (het)/ˈkredɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. boekhouding (boekhouding) dat wat men als koopman of bankhouder schuldig is
  2. boekhouding (boekhouding) passiefzijde, rechterzijde van de balans met schulden en vermogen
  3. boekhouding (boekhouding) tegoed van de rekeninghouder
zelfstandig naamwoord
  1. vermelde erkenning die iemand krijgt voor een behaald resultaat of zijn bijdrage daaraan
    Daisy: Ik had er een tijdje op zitten broeden, onder welke naam we onszelf moesten presenteren en wat voor mij rechtvaardig voelde. (…)Karen: Billy zei: 'Wat vinden jullie van The Six featuring Daisy Jones?'Rod: Zo stond het in de credits voor `Honeycomb'.
  2. onderwijs (onderwijs) toegekende punten voor een bepaalde studieprestatie als onderdeel van een telling om vast te stellen of aan exameneisen of andere voorwaarden is voldaan
  3. spel (spel) toegekende punten voor een bepaald resultaat in een computergame als onderdeel van een telling die aanspraak kan geven op bepaalde voordelen

Etymologie

*[B] van """

Vertalingen

Engelscredit
Spaanscrédito