creditering
vrouwelijk (de)/ˌkrediˈterɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand een bepaalde hoeveelheid geld doen toekomenWaar aan de onderhandelingstafel alvast een "consensus" over bestaat, is het niet-splitsen van de vennootschapsbelasting, zegt dezelfde bron. Voor de Franstaligen is dat hoe dan ook onbespreekbaar, terwijl de Vlaamse partijen hebben ingestemd met een systeem van ’creditering’.
- de keer dat men iets boekt aan de creditzijde
- de keer dat men erkent dat iemand een bijdrage aan iets heeft geleverd
Etymologie
* van crediteren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek