criminalisering
vrouwelijk (de)/ˌkrimiˌnaliˈzerɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het bij wet verklaren dat bepaalde handelingen verboden zijn en door de rechter bestraft kunnen worden en dat degene die die handeling verricht een misdadiger isHij was bovendien, tot enthousiasme van de seksliberalen, ook tegen de criminalisering van bepaalde gedragingen, zoals politiek rechts door wilde voeren.
Etymologie
* afleiding van (nomact) criminaliseren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek