cumuleren

/kymyˈlerə(n)/

Wat is de betekenis van cumuleren?

cumuleren betekent: (erga) zich opstapelen, ophopen

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) zich opstapelen, ophopen
  2. het samenvoegen van verschillende percelen of kavels bij een verkoop
  3. ov (ov) (Vlaanderen) een bepaald ambt of functie combineren met een ander ambt
  4. inerg (inerg) (Vlaanderen) verschillende ambten gelijktijdig uitoefenen

Voorbeelden van "cumuleren" in een zin

  • Al is de rente maar een paar procent, toch groeit het bedrag op den duur flink doordat het cumuleert.
  • Belgische ministers en staatssecretarissen mogen hun functie niet cumuleren met een lokaal mandaat.
  • Elio Di Rupo cumuleerde door zowel minister-president van Wallonië als partijvoorzitter te zijn.

Etymologie

*afgeleid van het Franse cumuler () [https://fr.wiktionary.org/wiki/cumuler Wiktionnaire]

Vertalingen

Franscumuler