Cumulus

mannelijk (de)/'kymylΙ΅s/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meteorologie (meteorologie) scherp afgelijnde wolken waarvan de basis donkerder, het bovenste deel met halfronde uitwassen wit is
    Zweefvliegers houden van cumuli omdat ze thermiek betekenen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van β€˜stapelwolk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1861

Vertalingen

Engelscumulus
Franscumulus