curare

onzijdig (het)/kyˈrarə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verschillende vergiften die door sommige Zuid-Amerikaanse indianenstammen worden bereid uit onder andere een bepaalde liaan en andere planten, waaronder , en om te worden gebruikt op de punten van (blaas)pijltjes
    Curare en synthetische analoga daarvan (zoals rocuroniumbromide of cis-atracuriumbesylaat) worden in de anesthesiologie gebruikt om patiënten tijdens operaties of bij beademing te verslappen

Etymologie

* Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘pijlgif’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Vertalingen

Spaanscurare