daggen

/ˈdɑɣə(n)/

Wat is de betekenis van daggen?

daggen betekent: (ov) met een voegspijker afstrijken

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met een voegspijker afstrijken
  2. ov, verouderd (ov) (verouderd) met een dolk doorsteken

Voorbeelden van "daggen" in een zin

  • Het aanbrengen van deze dagstreep noemt men “daggen”.
  • Maar 't eerste door de poort zynde, dringen'er d'andere op aan, en ooverweldighen de wacht: een der welke, een smit zyns ambachts, en in 't voorst om den inbrek te keeren, met 's Graaven eyghen handt, zoo men zeidt, gedagt werd.

Etymologie

*: dagge met uitgang -en