dakloosheid
vrouwelijk (de)/dɑk'loshɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het dakloos zijnDe stijging van de dakloosheid in Nederland leek in 2013 voorbij te zijn.
Etymologie
* afgeleid van dakloos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* afgeleid van dakloos