dakloze

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdɑklozə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die op de straat leeft, zonder vaste verblijfplaats
    Tijdens de strenge winter werd er noodopvang geregeld voor daklozen.

Etymologie

*Afleiding van dakloos .

Vertalingen

Engelshomeless
Franssans-abri, SDF, itinérant
DuitsObdachloser, Obdachlose
Spaanspersona sin hogar, vagabundo, vago