damp
mannelijk (de)/dɑmp/
Wat is de betekenis van damp?
damp betekent: (natuurkunde) de gasvormige toestand van een stof die bij kamertemperatuur vloeibaar of vast is, de toestand die ontstaan is door verdamping
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) de gasvormige toestand van een stof die bij kamertemperatuur vloeibaar of vast is, de toestand die ontstaan is door verdamping
- (meteorologie) een wolk kleine gecondenseerde waterdruppeltjes
Voorbeelden van "damp" in een zin
- Met de damp die vrijkomt moeten nog proeven worden gedaan.
- 's Ochtends op de fiets rij je steeds door die damp.
Etymologie
* In de betekenis van ‘nevel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573
Vertalingen
Engelsvapour
Fransvapeur
DuitsDampf
Spaansvapor
Italiaansvapore
Portugeesvapor
Russischпар
Chinees蒸气
Japans蒸気, 湯気
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek