dankdag
mannelijk (de)/ˈdɑŋɡdɑx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) speciale dag om God ergens voor te bedankenZeker 52 en volgens de oppositie mogelijk honderden mensen zijn zondag in Ethiopië gedood toen een religieuze massabijeenkomst van Oromo’s uitliep op protesten tegen het regime in Addis Abeba en op botsingen met veiligheidstroepen. (…) De jaarlijkse bijeenkomst in Bishoftu, in de regio Oromia, is een soort dankdag voor het gewas.
- speciale dag waarop iemand wordt bedanktDat maakte de organisatie zondag bekend op de ‘Dankdag voor actievoerders en vrijwilligers’. De netto-opbrengst van 28.360.855 euro in de campagne 2016-2017 is maar liefst 20 procent meer dan de som die werd ingezameld in de periode 2014-2015, toen 23.606.622 euro. En ook dat was al een recordopbrengst. Tubantia 21/01/2018 om 15:20 door Wle | [https://www.standaard.be/cnt/dmf20180121_03311477 Kom op tegen Kanker haalt recordbedrag op]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek