dankrede
mannelijk/vrouwelijk (de)/'dɑŋkredə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- toespraak waarin men iets of iemand bedankt of eertHet was voor de Duitsers wél even slikken dat Máxima haar dankrede in het Engels en niet in het Duits uitsprak.Het eerste exemplaar van de cd was voor Frits Spits, die er in zijn dankrede nog even op wees dat hij een moeder heeft met Twents bloed. Ze kwam uit Vroomshoop.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek