dankzegging

vrouwelijk (de)/ˈdɑŋksɛɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een dankbetuiging
    Hij deed een dankzegging als dank voor de gastvrijheid.
  2. religie (religie) het zeggen van een dankgebed

Etymologie

* van dankzeggen

Vertalingen

Engelsexpression of gratitude, expression of thanks
Fransremerciement
DuitsDankeschön