dar

mannelijk (de)/dɑr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde, imkerij (dierkunde), (imkerij) mannelijke bij
    Een dar heeft een kort leven.
    Maar helemaal boeiend is hoe alles werkt. Hoe in zo'n bijengemeenschap iedere bij haar taak heeft, hoe ze elkaar sturen in de richting waar het voedsel zit, hoe de bij zorgt voor de bestuiving van de planten die honing leveren aan de bijen. De darren, de huwelijksvlucht van de koningin.

Etymologie

* van Middelnederlands dorne, een metathese van drone (vgl. drone en Drohne); later darne, abusievelijk geïterpreteerd als een meervoud van dar; in de betekenis van ‘mannetjesbij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1488

Vertalingen

Engelsdrone
Fransfaux bourdon, abeillaud
DuitsDrohne
Spaanszángano, abejón
Russischтрутень
Poolstruteń
Zweedsdrönare