darwinisme

onzijdig (het)/ˌdɑrwiˈnɪsmə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) evolutieleer die het ontstaan van de soorten verklaart door natuurlijke selectie uit varianten die bij reproductie optreden
    Maar met behulp van de evolutionaire psychologie meent hij wel te kunnen verklaren waarom mensen zo dol zijn op – bijvoorbeeld – het vertellen en aanhoren van verzonnen verhalen. Veel variatie kent het darwinisme niet in zijn verklaringen. Dus die verhalen moeten of onze kansen in de natuurlijke selectie hebben vergroot, of onze kansen in de seksuele selectie.
    Het begrip ‘natuurlijk’ kreeg, door de opkomst van het darwinisme en de genetica, een amorele connotatie: ze verwees niet langer naar beheersbaar gedrag, maar naar genetische en erfelijke eigenschappen waar de mens géén controle over had.
  2. figuurlijk (figuurlijk) toepassing van een vergelijkbaar mechanisme op andere gebieden
    Het gevolg is dat er steeds meer ‘powerkoppels’ ontstaan: beide hoogopgeleid, beide een goede baan, dus samen een hoog inkomen. (…) Latten: „De kinderen die binnen die koppels geboren worden, krijgen veel meer kansen, dat past niet bij ons gelijkheidsideaal. Anderzijds zou je kunnen zeggen: misschien is dit gewoon een maatschappelijk verschijnsel, een soort sociaal darwinisme om de beste nakomelingen te krijgen.”
    Maar het bewijs dat ‘het recht van de sterkste’ de nieuwe wereldorde uitmaakte, werd geleverd door de totale economische vernedering die Duitsland als verliezer van de Eerste Wereldoorlog doormaakte – daar was het oude ideaal van Bildungsbürgertum niet tegen opgewassen. Goethe had afgedaan, darwinisme was de nieuwe ideologische norm en daardoor had men voor Hitler geen ideologisch alternatief.

Etymologie

*(eponiem), van "Darwinism", op te vatten als afgeleid van de achternaam van de 19e-eeuwse Engelse bioloog

Vertalingen

EngelsDarwinism
Fransdarwinisme
DuitsDarwinismus
Spaansdarwinismo