dat
mannelijk (de)/dɑt/
Wat is de betekenis van dat?
dat betekent: een voegwoord dat een lijdend-voorwerpszin inluidt
Betekenis
voegwoord
- een voegwoord dat een lijdend-voorwerpszin inluidt
- een voegwoord dat een onderwerpszin inluidt
voornaamwoord
- beperkend in een bijzin die het nog niet geheel bekende antecedent nader bepaalt
voornaamwoord
- wijst iets aan dat zich in een afstand van de spreker bevindt en onzijdig is (bij een mannelijk of vrouwelijk zelfstandig naamwoord wordt hiervoor die gebruikt)
- (pejoratief) gebruikt in plaats van het aanwijzend voornaamwoord die, om op een zeer onvriendelijke manier naar iemand te verwijzen
zelfstandig naamwoord
- (initiaalwoord), (afkorting) digital audio tape, een digitale geluidsband
Voorbeelden van "dat" in een zin
- Hij zei dat hij het niet begreep.
- De reddingsbrigade blijft benadrukken dat je altijd moet oppassen als je in zeewater zwemt.
- Dat hij geen afscheid had kunnen nemen, was voor hem een bron van groot verdriet.
- Hij verkocht het huis dat hij van zijn ouders geërfd had.
- Dat huis is groter dan dit.
Etymologie
:/: tas, ta, : taj, : тоя (toja), : тоа, : тај (taj), : ta, : тот (tot), этот (etot) /: той (toj), //: ten, /: tón
Uitdrukkingen
- Vandaar dat.
- dat is geen klein bier
- Dat haal je de koekoek. — dat zal wel waar zijn
- Dat het een aard heeft
- Dat is de hamvraag — de vraag waar het om gaat
- Dat is een hongerige luis. — Dat is een gierigaard.
- Dat is een rijkeluiswens — iets waar heel erg naar wordt verlangd
- Dat is een waarheid als een koe — Dat is overduidelijk waar
Vertalingen
Engelsthat, that
Fransque, que, qui
Duitsdass, das
Russischчто, чтобы, который
Poolsże
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek