de dato
/deˈdato/
Wat is de betekenis van de dato?
de dato betekent: van de dag (gevolg door een aanduiding van dag, maand en vaak ook jaar; vooral bij brieven: de daarin vermelde dag waarop ze is geschreven)
Betekenis
voorzetsel
- van de dag (gevolg door een aanduiding van dag, maand en vaak ook jaar; vooral bij brieven: de daarin vermelde dag waarop ze is geschreven)
Voorbeelden van "de dato" in een zin
- Aantekeningen uit mijn dagboek, de dato 4 maart van dit jaar: ‘Vanmorgen de NRC aan de lijn. (…)’
Etymologie
*van Latijn "de" "van" en "dato", de ablatief van "datum" "wat gegeven is", namelijk: de vermelde dag
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek