debiliseren
/ˌdebiliˈzerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) zwakker of zwakzinnig wordenFrans Kellendonk, een schrijver die ik erg hoog heb, zei eens: ‘We zijn met zijn allen aan het debiliseren’.
- (ov) zwakzinnig makenHun opdracht is om de bevolking te debiliseren. De mensen tot één niveau terugbrengen zodat ze makkelijker aan te spreken en te leiden zijn.De Amerikaanse inlichtingendienst CIA dacht dat LSD het definitieve waarheidsserum' kon zijn. Ook zou het een potentieel gruwelijk wapen zijn, dat soldaten zou debiliseren.
- (ov) worden gepresenteerd alsof het publiek stompzinnig isWeerwolven, heksen en vampiers zijn nogal gedebiliseerd door de huidige filmcultuur.Mijn leven wordt totaal gedebiliseerd door de manier van vragen en formuleren.
Etymologie
*afgeleid van "debiel"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek