debiteren

/ˌdebiˈterə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, boekhouding (ov) (boekhouding) een bedrag als vordering (debet) boeken op een rekening; een rekening debiteren met een vordering (debet)
  2. ov (ov) vertellen, opdissen, ten beste geven

Etymologie

* van "débiter"

Vertalingen

Engelsdebit
Fransdébiter
Duitsdebitieren
Spaansdebitar, adeudar, contar