degel
mannelijk (de)/'deɣəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- rechthoekige plaat waarmee in een hoogdrukpers het papier tegen drukvorm wordt gedrukt om een afdruk te krijgenDan ging dat persje draaien; er zat een scharnier aan de degel, een soort plat vlak, dat tegen het zetsel drukte en weer openging.
- (verouderd) ketel, pot
- vlag
Etymologie
*3.: van דֶּגֶל (dègel)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek