degelijk
Wat is de betekenis van degelijk?
degelijk betekent: goed tegen een stootje kunnend, niet snel kapot gaand
Betekenis
- goed tegen een stootje kunnend, niet snel kapot gaand
- eerlijk, oprecht, net in zijn manieren, saai
Voorbeelden van "degelijk" in een zin
- Die degelijke tent is bestand tegen de storm.
- Als je niet met een degelijk iemand trouwt, zal ik je onterven!
Betekenis en uitleg van degelijk
Het woord 'degelijk' verwijst naar iets dat solide, betrouwbaar en van goede kwaliteit is. Wanneer iets degelijk is, kun je erop vertrouwen dat het zijn functie goed vervult en lang meegaat.
Je gebruikt het woord 'degelijk' vaak om producten of diensten te beschrijven die niet alleen functioneel zijn, maar ook een bepaalde duurzaamheid en kwaliteit uitstralen. Het heeft een positieve connotatie en wordt vaak in situaties gebruikt waarin betrouwbaarheid en degelijkheid belangrijk zijn, zoals bij meubels, voertuigen of zelfs argumenten in een discussie.
Voorbeelden
- De nieuwe tafel die we hebben gekocht is echt degelijk; hij zal jaren meegaan.
- Zijn degelijke argumenten overtuigden de rest van de commissie om voor het voorstel te stemmen.
- Na het lezen van de recensies besloot ik voor een degelijke laptop te kiezen, zodat ik niet binnen een jaar weer hoef te vervangen.
Woordoorsprong
Het woord 'degelijk' komt van het Middelnederlandse 'degelic', wat 'waardig' of 'deugdzaam' betekent. Het is verwant aan woorden die ook kwaliteit en betrouwbaarheid impliceren.
Veelgestelde vragen over degelijk
Wat is de betekenis van degelijk?
degelijk betekent: goed tegen een stootje kunnend, niet snel kapot gaand
Hoeveel betekenissen heeft degelijk?
degelijk heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je degelijk in een zin?
Voorbeeld: “Die degelijke tent is bestand tegen de storm.”
Etymologie
van Middelnederlands degelijc, op te vatten als afgeleid van het verouderde deeg (voorspoed, voordeel) met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-, in de betekenis van ‘deugdelijk’ voor het eerst aangetroffen in 1327