deklat
mannelijk/vrouwelijk (de)/'dɛklɑt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de bovenbalk van een (voetbal)doelNa 7 minuten kopte Andreas Bjelland een voorzet op de eigen deklat.De Deen was even later wel geklopt toen Krisztián Adorján vanaf 20 meter uithaalde. Diens poging spatte op de deklat uiteen.
- lang, dun stuk hout waaraan het riet van een rieten dak is vastgemaakt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek