lat
mannelijk/vrouwelijk (de)/lɑt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een lang stuk geschaafd hout van beperkte dikteEr lagen een paar latten bij het grofvuil die ik wel gebruiken kon.
- verkorting van latrelatie: een liefdesrelatie waarbij twee minnaars een in hoofdzaak monogame relatie hebben en ervoor kiezen geen gezamenlijke huishouding te voeren, maar apart te blijven wonen heeft
Etymologie
* van Middelnederlands latte
Uitdrukkingen
- de lange latten — de ski's
- de lat ligt hoog — er worden hoge eisen gesteld; verwijzing naar het hoogspringen
- onder de lat staan — doelverdediger (bij voetbal) zijn
- zo mager als een lat — te mager zijn (dus het is geen compliment)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek