del
vrouwelijk (de)/dɛl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) ordinaire vrouw, onkuise vrouw, een meisje van lichte zedenWat een del van een buurvrouw heb jij!
- een kleine komvormige laagte of kuil, een duinvallei
Etymologie
* In de betekenis van ‘duinvallei’ voor het eerst aangetroffen in 1290
Vertalingen
Engelsslut, tart
Franssalope, garce
DuitsSchlampe, Flittchen
Spaanspuerca
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek