delegeren

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) taken en verantwoordelijkheden doorgeven
    Dat werd gedelegeerd naar een lagere ambtenaar.
  2. afvaardigen, afgevaardigde laten zijn
  3. je taak door iemand anders laten uitvoeren terwijl je zelf toch de eindverantwoordelijke blijft
    De huisarts delegeert steeds meer van zijn taken naar hulppersoneel.

Etymologie

*afgeleid van het Franse déléguer ( en ) [https://fr.wiktionary.org/wiki/déléguer Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsdelegate
Fransdéléguer
Duitsdelegieren, abordnen
Spaansdelegar
Portugeesdelegar