dennenappel

mannelijk (de)/ˈdɛnə(n)ˌɑpəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. houtige vrouwelijke vrucht met schubben van dennenbomen
    Een dennenappel kan dienst doen als primitieve hygrometer. Bij vochtig weer sluiten de schubben. Bij droog weer openen ze, zodat de zaden zich kunnen verplaatsen (door middel van de wind).

Vertalingen

Engelspinecone
Franspomme de pin
DuitsKiefernzapfen, Tannenapfel
Spaanspiña