depot

/de'po/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel (handel) een opslag- of bewaarplaats voor goederen, handelswaar, vervoermiddelen of dieren
    - De inbeslaggenomen goederen gaan voorlopig in depot totdat duidelijk is wat ermee moet gebeuren.
    - Het gezamenlijke depot voor de rijkscollecties van het Nederlands Openluchtmuseum, museum Paleis Het Loo, het Rijksmuseum en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed komt in Amersfoort. Dat maakte het Rijksmuseum donderdag bekend. Het CollectieCentrum Nederland (CC NL) wordt ontworpen door het Delftse architectenbureau Cepezed en zal in 2020 in gebruik worden genomen. Het Rijksmuseum slaat zijn kunst nu op in een depot in Lelystad. NRC 26 mei 2016
  2. oenologie (oenologie) bezinksel op de bodem van een drankfles
    Schenk de wijn voorzichtig in het glas, en let erop dat je het depot niet meeschenkt.

Etymologie

*afgeleid van het Franse dépôt () [https://fr.wiktionary.org/wiki/dépôt Wiktionnaire], van het Latijnse “deponere” (neerleggen)

Vertalingen

Engelsdepot, deposit
Fransdépôt, dépôt, lie
DuitsDepot, Bodensatz