detailhandelaar
mannelijk (de)/de'tɑjhɑndəlar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) een handelaar die zijn producten aan consumenten verkoopt.De detailhandelaar koopt zijn goederen van de groothandelaar.
- (economie) een bedrijf dat zich richt op de verkoop van producten aan consumenten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek