detailhandelaar

mannelijk (de)/de'tɑjhɑndəlar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) een handelaar die zijn producten aan consumenten verkoopt.
    De detailhandelaar koopt zijn goederen van de groothandelaar.
  2. economie (economie) een bedrijf dat zich richt op de verkoop van producten aan consumenten.