kleinhandelaar

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van kleinhandelaar?

kleinhandelaar betekent: (beroep) een handelaar die zijn producten aan consumenten verkoopt.

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) een handelaar die zijn producten aan consumenten verkoopt.
  2. economie (economie) een bedrijf dat zich richt op de verkoop van producten aan consumenten.

Voorbeelden van "kleinhandelaar" in een zin

  • De kleinhandelaar koopt zijn goederen van de groothandelaar.

Veelgestelde vragen over kleinhandelaar

Wat is de betekenis van kleinhandelaar?

kleinhandelaar betekent: (beroep) een handelaar die zijn producten aan consumenten verkoopt.

Hoeveel betekenissen heeft kleinhandelaar?

kleinhandelaar heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft kleinhandelaar?

kleinhandelaar is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van kleinhandelaar?

Synoniemen van kleinhandelaar zijn: detailhandelaar, detaillist.

Hoe gebruik je kleinhandelaar in een zin?

Voorbeeld: “De kleinhandelaar koopt zijn goederen van de groothandelaar.

Vertalingen

Engelsretailer
Spaanstendero, detallista, minorista