kleinhandelaar

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) een handelaar die zijn producten aan consumenten verkoopt.
    De kleinhandelaar koopt zijn goederen van de groothandelaar.
  2. economie (economie) een bedrijf dat zich richt op de verkoop van producten aan consumenten.

Vertalingen

Engelsretailer
Spaanstendero, detallista, minorista