kleinhandelaar
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) een handelaar die zijn producten aan consumenten verkoopt.De kleinhandelaar koopt zijn goederen van de groothandelaar.
- (economie) een bedrijf dat zich richt op de verkoop van producten aan consumenten.
Vertalingen
Engelsretailer
Spaanstendero, detallista, minorista
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek