kleinhandelaar
mannelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van kleinhandelaar?
kleinhandelaar betekent: (beroep) een handelaar die zijn producten aan consumenten verkoopt.
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) een handelaar die zijn producten aan consumenten verkoopt.
- (economie) een bedrijf dat zich richt op de verkoop van producten aan consumenten.
Voorbeelden van "kleinhandelaar" in een zin
- De kleinhandelaar koopt zijn goederen van de groothandelaar.
Veelgestelde vragen over kleinhandelaar
Wat is de betekenis van kleinhandelaar?
kleinhandelaar betekent: (beroep) een handelaar die zijn producten aan consumenten verkoopt.
Hoeveel betekenissen heeft kleinhandelaar?
kleinhandelaar heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft kleinhandelaar?
kleinhandelaar is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van kleinhandelaar?
Synoniemen van kleinhandelaar zijn: detailhandelaar, detaillist.
Hoe gebruik je kleinhandelaar in een zin?
Voorbeeld: “De kleinhandelaar koopt zijn goederen van de groothandelaar.”
Vertalingen
Engelsretailer
Spaanstendero, detallista, minorista
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek