deugd
Wat is de betekenis van deugd?
deugd betekent: iets dat goed is in zedelijk opzicht
Betekenis
- iets dat goed is in zedelijk opzicht
Voorbeelden van "deugd" in een zin
- In tegendeel: zij vormt de meest voortreffelijke deugd juist omdat zij geen gefixeerde deugd is.
- Hij stelt dat de mens de deugd dient te ontwikkelen binnen het netwerk van zijn relaties, dat hiërarchisch is geordend.
- Het is een grote deugd dat hij zo behulpzaam is.
Betekenis en uitleg van deugd
Deugd is een positieve eigenschap of kwaliteit die iemand helpt om moreel goed te handelen. Het verwijst naar deugdzame gedragingen die vaak worden geprezen in de samenleving, zoals eerlijkheid, moed en vriendelijkheid.
Het woord 'deugd' wordt vaak gebruikt in morele en ethische discussies, vooral als het gaat om wat het betekent om een goed leven te leiden. In religieuze en filosofische contexten wordt deugd vaak gezien als een leidraad voor gedrag. Het is een belangrijk concept in veel culturen, waar het wordt geassocieerd met het streven naar een beter zelf en een betere samenleving.
Voorbeelden
- Hij toonde zijn deugdzaamheid door altijd zijn beloftes na te komen.
- In de lessen over ethiek bespreken we de deugden die ons helpen om goede keuzes te maken.
- Haar deugdelijkheid werd opgemerkt door iedereen die haar kende, vooral vanwege haar bereidheid om anderen te helpen.
Woordoorsprong
Het woord 'deugd' komt van het Oudnederlands 'deuga', dat 'deugdzaam' of 'geschikt' betekent. Het is verwant aan het Germaanse woord 'dugan', wat 'kunnen' of 'waardig zijn' betekent.
Veelgestelde vragen over deugd
Wat is de betekenis van deugd?
deugd betekent: iets dat goed is in zedelijk opzicht
Welk woordgeslacht heeft deugd?
deugd is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je deugd in een zin?
Voorbeeld: “In tegendeel: zij vormt de meest voortreffelijke deugd juist omdat zij geen gefixeerde deugd is.”
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "doghede" / "doghet" en Oudnederlands "dugath", in de betekenis van ‘het goed-zijn’ aangetroffen vanaf 1100
Uitdrukkingen
- deugd doen
- Van de nood een deugd maken — Van iets slechts iets goed maken