deug
Wat is de betekenis van deug?
deug betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van deugen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van deugen
- gebiedende wijs van deugen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van deugen
Voorbeelden van "deug" in een zin
- Ik deug.
- Deug!
- Deug je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek