deurkruk

mannelijk/vrouwelijk (de)/'dørkrʏk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handvat dat de grendel van een deur bedient

Vertalingen

Engelsdoor handle
Franspoignée de porte
DuitsTürknopf
Spaansmanilla, manija
Italiaansmaniglia
Poolsklamka