Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

deurluik

onzijdig (het)/ˈdørlœyk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) afsluitbare opening in een deur, vaak ook voorzien van tralies, bestemd om doorheen te kijken, te spreken of voorwerpen aan te reiken
    Hij keek door het deurluik om te zien wie er voor de poort stonden.
    Opgewekt en gelaten deed hij de kleine gevangenisplichten, die hem waren opgelegd: het schoonhouden van de cel, het wassen van het etensbord, het klaarzetten van pan en bord voor het deurluik, het keren van de matras.

Vertalingen

Engelspeephole
Fransjudas